De ABCD-Methode

Er zijn allerlei theorieën en modellen over agressie. Wat de een agressie noemt, hoeft voor de ander nog geen agressie te zijn. Het ABCD-model is een handig hulpmiddel om te bepalen wat je wel of niet agressie kunt noemen, en wanneer je een situatie nog kunt
oplossen of beter kunt weglopen.

A-gedrag (ik): klagen, uitzondering vragen – getypeerd wordt als frustratieagressie gericht
op zichzelf.
B-gedrag (jullie): kritiek op de organisatie – als frustratieagressie op de organisatie of het
beleid,
C-gedrag (jij): persoonlijk beledigen – als instrumentele agressie.
D-gedrag: dreigen, uitschelden, geweld gebruiken – als (be)dreigend en fysiek: bedreiging
op persoon, spullen te gooien of de ander aan te raken.

Als hulpverlener probeer je te voorkomen dat het gedrag van de ander verschuift van A, naar B, naar C of zelfs naar D gedrag. De ABCD agressieladder helpt je op een eenduidige manier naar agressief gedrag kijken, het bespreekbaar te maken en een plan van aanpak te bepalen. (Dutch Unlimited, 2024).